De nieuwste generatie hostels

Wij trekken binnenkort naar Thailand en Cambodia.  Het zal er geen hoogseizoen zijn op het moment dat we er zijn en ik was eigenlijk niet van plan om veel overnachtingen op voorhand te boeken. Maar toen begon ik eens rond te kijken op boekingsites als booking.com (ik ben een beetje verslaafd aan booking.com) en legde ik toch al een paar dingen (voorlopig) vast.

We gaan met zijn tweeën en tweepersoonskamers in de regio zijn niet duur, dus de kans dat we in een dorm (slaapzaal) in een hostel zullen overnachten is erg klein.  Maar ik kwam al surfend wel een paar superleuke hostels tegen (sommige ook met privékamers, dus helemaal uitgesloten zijn ze zeker nog niet) die ik toch graag wou delen.

Ik heb vroeger in behoorlijk wat hostels gelogeerd, in Europa en ook wel verder van huis.  Toen ik door Zuid-Oost Azië reisde sliep ik zo goed als nooit in een hostel.  Omdat, met uitzondering van een paar duurdere steden, eenvoudige single kamers er spotgoedkoop waren. Maar als ik nu het aanbod bekijk aan dorm beds (bedden op een slaapzaal) dan wordt de backpacker in mij toch wel erg enthousiast!

Ik koos vroeger liefst voor gezellige hostels, met wat karakter.  Er waren nog geen online bookingssites toen dus meestal trok ik naar een plek die me door andere reizigers of door een reisgids was aangeraden.  Ik herinner me veel stapelbedden, het ene al stabieler en comfortabeler dan het andere.  Wakker worden van andere reizigers die laat thuis kwamen of die ’s ochtends vroeg vertrokken en hun rugzak zaten in te pakken.  Soms grote onpersoonlijke gemeenschappelijke ruimtes en soms kleine gezellige hoekjes om een boek te lezen of een babbeltje te maken met andere reizigers.  Goed uitgeruste en basic keukens.

De enkele keren dat ik de laatste jaren nog in een hostel sliep was dat in een privékamer.  Om de sfeer nog eens op te snuiven maar om tegelijkertijd toch wat privacy te hebben.  En omdat de verhouding tussen prijs en kwaliteit ze in sommige (duurdere) steden nog steeds een geweldig goede keuze maakt.  Zo luxueus als diegenen die ik nu online tegenkwam, zo zag ik ze in elk geval nog nooit. Voor ik een paar van mijn persoonlijke favorieten met jullie deel wil ik toch even een paar duidelijke trends op een rijtje zetten:

hostelbybedchiangmai2

bron foto

  • Gordijntjes, zodat je je eigen bed kan afschermen.  En dus niet wakker hoeft te worden als anderen het licht aandoen.  Niet onbelangrijk voor iemand zoals ik die al bij het minste streepje licht wakker wordt.  En ja, ik heb zo’n masker om mee te slapen als er te veel licht is, dat ik geregeld gebruik, maar echt comfortabel vind ik dat toch ook weer niet.  Sommige bedden doen me een beetje denken aan de capsule hotels zoals die in Japan veel voorkomen, maar de gordijntjes kunnen ook open en dat maakt het toch iets minder claustrofobisch.
  • Een bed met aan het hoofdeinde een eigen nachtlampje, stopcontact voor de smartphone en bergruimte. En persoonlijke afsluitbare lockers.doublebedpulleyhostel

bron foto

  • Tweepersoonsbedden in de slaapzalen.  Voor mij zijn hostels typisch iets om alleen in te logeren of eventueel met een groep vrienden maar blijkbaar richten de moderne hostels zich nu ook steeds meer tot koppels (of mensen die graag in een extra groot bed slapen).

mellowfellowhostelbangkok

bron foto

  • design interieur.  Ik herinner me toch vooral de keuze tussen eerder saaie, degelijke hostels en de wat hippere hostels, waarvan het interieur leek samengesteld uit spullen uit een kringloopwinkel en wat zelfgemaakte decoratie.  Maar onder de huidige generatie luxe hostels zitten er duidelijk waar meer werk werd gemaakt van het design.
  • Luxe: ik zag zwembaden, sauna’s, luxueuze terrassen, gratis slippers ..

hubhostelchiangmai

bron foto

En dan zoals beloofd nog een paar voorbeelden van luxueuze hostels die mij alvast zin doen krijgen om te vertrekken:

Mellow fellow – Bangkok

Hub Hostel Chiangmai

HOSTEL by BED – Chiang Mai

Pullay Hostel – Hua Hin

Chao Hostel – Bangkok

Muan Hostel – Chiang Mai

Mijn pacsafe-heuptas

Ik ga graag op reis en ik maak mij niet al te snel veel zorgen.  Maar er zijn dingen die een mens liever niet wil meemaken en zeker niet ver van huis.

Ziek worden is er zo eentje.  Vroeger was ik daar nonchalanter in maar tegenwoordig vertrek ik niet meer naar het buitenland zonder een goede reisverzekering.

Iets anders waar ik voortdurend voor op mijn hoede ben is bestolen worden.  Aangifte doen bij de politie, naar de ambassade voor een nieuw paspoort: ik maak het liever niet mee.

Voor als het toch zou gebeuren zit er altijd een kopie van mijn belangrijkste reisdocumenten ergens in mijn bagage en nog eentje ingescand in mijn e-mailbox.  Maar voorkomen is beter dan genezen, en dus ben ik op één en ander voorbereid. Het zal niet zo snel gebeuren dat een doordeweekse pickpocket in een drukke stad met mijn geld gaat lopen.  Gaan zwemmen is wat dat betreft mijn zwakke plek.  En als ik ooit word bedreigd geef ik zonder enig protest al mijn bezittingen af.  Maar ongezien dingen uit mijn zakken laten stelen, dat hoop ik toch wel te kunnen vermijden.

Toen ik veel alleen reisde zorgde ik ervoor mijn bezittingen te spreiden: een portefeuille met wat zakgeld en één betaalkaart in een schoudertas, een andere bankkaart, de grote bankbiljetten en mijn paspoort in een money belt onder mijn kleren. En dan zat er ergens in mijn rugzak nog een geheim, ingenaaid zakje met genoeg geld om een noodgeval te overbruggen.

Die money belt heb ik al een tijdje niet meer gebruikt, dat wordt als het warm is al snel zo’n zweterig gedoe.  De afgelopen jaren koos ik steeds voor een schoudertas die ik gekruist over mijn lichaam droeg en die ik op drukke plaatsen nog eens extra vast hield.

Maar er is een nadeel aan een schoudertas: ik krijg snel last van mijn nek en schouders als er een gewicht rust op één van mijn schouders (zelfs al is het maar een lichte schoudertas). En dus besloot ik vorig jaar een heuptas te kopen.  Ik wou geen gewone heuptas met de sluiting achteraan omdat mij dat wel heel gemakkelijk lijkt voor pickpockets.  En zo kwam ik uit bij de pacsafe heuptas.  Pacsafe is een merk dat zich specialiseert in anti-diefstal-tassen, en voor de plekken waar ik het afgelopen jaar op vakantie ben geweest waren de beveiligingen misschien wel wat overdreven, maar eigenlijk vind ik al die anti-diefstal-snufjes ook gewoon wel leuk.

heuptas

Mijn heuptas is voorzien van:

  • een roestvrijstalen kabel verwerkt in de heupband zodat deze extra stevig is en niet kan worden doorgesneden
  • een sluiting die vooraan zit, grotendeels verborgen en met een extra slot erop (een soort van kinderslot)
  • ritssluitingen die extra kunnen worden vastgemaakt aan een haakje en vervolgens ook nog min of meer verborgen zitten
  • een roestvrijstalen ‘bag slashers’ beveiliging in visnetmotief verwerkt in de stof zodat deze niet kan worden doorgesneden
  • een materiaal dat bepaalde frequenties blokkeert zodat geen persoonlijke gegevens kunnen worden gestolen van chips in paspoort en credit card

Niet allemaal echt nodig, maar ik ben nu toch wel gerust als ik in een drukke stad rondloop.

PS Zo’n heuptas niet het meest elegante accessoire ooit, maar bon, een mens kan niet alles hebben.

Het blauwe raam is niet meer

Ik was van plan vandaag een snipperdagje te nemen van het bloggen maar toen las ik gisteren een artikel in de krant dat mijn aandacht trok: ‘Maltees natuurwonder verdwijnt in woeste zee‘, kopt de Standaard online.

malta azure window

bron foto: deredactie.be

Tieqa tad-Dwejra (het blauwe venster) is tijdens een storm onverwacht door de zee opgeslokt (doormidden gebroken en ingestort).  Het was één van de grootste toeristische trekpleisters voor de archipel rond Malta.

Ik werkte een zomer in Malta en de rotskust in Gozo bij het blauwe raam was er één van mijn favoriete plekken.

Malta bleek die zomer te druk voor mij.  Maltezen zijn bijzonder vriendelijke mensen en ze spreken allemaal Engels maar ze maakten voor mij te veel lawaai.

Ik deelde er een groot appartement met een collega, met een terras met een geweldig uitzicht over het halve eiland, maar ook met de slaapkamers aan de straatkant.  Elke ochtend stond er een file in de straat en élke ochtend werd er getoeterd, wat de file geen meter vooruit hielp, maar mij wel uit mijn slaap haalde.  En als ik op zondag een vrije dag had en eens weg kon van de verstedelijkte westkant van het eiland waren de Maltezen voor hun plezier op vogels aan het schieten, als ze tenminste niet ergens vuurwerk aan het afsteken waren. Kort samengevat: het leven in Malta was een beproeving voor mijn gevoelige zenuwen.  Mijn collega’s hadden er veel minder last van, geen kwaad woord over Malta dus, het lag aan mij.

Maar ik heb ook goede herinneringen aan mijn tijd in Malta: als ik eens echt van de drukte wou ontsnappen reed ik mijn auto op de ferry en ging naar Gozo.  Op dit kleinere eiland was het zo veel rustiger.  Ik herinner mij een heerlijke zomeravond op een rots met zicht op het blauwe raam, kijken en luisteren naar de zee die tegen de rotsen slaat en verder niets.  Dat kan nog steeds, alleen het uitzicht zal nooit meer hetzelfde zijn.

10 tips voor een citytrip naar Londen

Mijn man en ik hadden in oktober iets te vieren en besloten onszelf te trakteren op een lang weekend in Londen.  Ik schreef nadien enthousiast deze blogpost en liet hem hier toen 3 maanden onafgewerkt in de concepten staan.  Het duurde even, maar uiteindelijk is Londen in tussentijd ook weer niet zo hard veranderd, dus.. beter laat dan nooit: een kort verslagje en een paar tips voor enkele dagen Londen.

londen-bridge

Het was geleden van tijdens mijn schooltijd dat ik nog in Londen was geweest.  Alhoewel ik me daar nog wel één en ander van herinnerde, was Londen intussen (25 jaar later) toch wel serieus veranderd.

Londen was bruisend, druk, boeiend, stimulerend en ook wel een beetje vermoeiend.  De 2,5 dag ter plaatse waren eigenlijk veel te kort.  Hierbij 10 tips die je kunnen helpen om zoveel mogelijk uit je verblijf in Londen te halen.

Tip 1: Maak gebruik van de Eurostar om er te geraken en boek je ticket ruim op voorhand. Bij mijn vorige bezoek aan Londen was er van de kanaaltunnel nog geen sprake en dus gingen we met de boot.  Dat heeft ook zijn charmes maar in Brussel op de trein stappen en twee uur later in hartje Londen staan is toch wel zalig.  Wij deden er trouwens langer over om vanuit Brussel weer thuis te geraken (met het openbaar vervoer, op een zondag) dan die twee uur op de Eurostar.

Tip 2: Maak in Londen gebruik van het openbaar vervoer en koop daarvoor ter plaatse een Oyster Card.  De Oyster Card is een chipkaart waar je een zelf te kiezen bedrag op oplaadt. Bijladen kan overal in de metrostations. De kaart zelf kost 5 pond, maar die krijg je bij het einde van je verblijf, samen met het overblijvende tegoed, terugbetaald.  Je kan ook op voorhand online een Oyster Card aankopen, maar dan betaal je verzendingskosten en veel tijd vraagt het niet om dat ter plaatse te doen.

londen-look-right

Tip 3: Houd er rekening mee dat er in Groot-Brittannië links wordt gereden.  Het is als voetganger in het begin altijd even wennen.  Gelukkig staan er bijna overal aanwijzingen op het wegdek om verwarde toeristen te helpen.  Het valt trouwens op dat bijna geen enkele voetganger wacht tot het licht op groen springt om over te steken.  Wij deden dat in het begin wel, maar hebben ons dan maar snel aangepast, onder het motto ‘when in London, do as the Londoners do’.

londen-camden

 

Tip 4: Breng een bezoek aan Camden Town, een van de hipste buurten van Londen.  Kenmerkend zijn de leuke gevels van de winkels en de hippe markten.  Wij stelden er ook een zeer lekkere maaltijd samen, met street food van de verschillende kramen op de Kerb Camden Market.  Jammer genoeg wel maar open tot 18u.

 

londen-camden2

Tip 5: Zorg voor goede wandelschoenen.  Het viel maar weer eens op dat wij op een citytrip meer wandelen dan we denken.

Tip 6: Maak gebruik van de metro, maar wissel al eens af met een typische Londense dubbeldekkerbus.  Ik weet niet hoe dat bij jullie is, maar ik kan geweldig blij worden van goed georganiseerd openbaar vervoer.  Het metrosysteem van Londen is wat dat betreft een schoolvoorbeeld.  Hoe je in een druk metrostation door het juiste kleurtje te volgen en dan te kiezen tussen West of Oost als vanzelf op het juiste perron terechtkomt en er dan supersnel een metrostel komt aangereden: toen ik hier als veertienjarige voor het eerst kwam vond ik het geweldig en eigenlijk is dat nog niet veranderd.  Maar.. ik vond het ook fantastisch om in een typische Londense dubbeldekkerbus op de eerste rij op de bovenste verdieping dwars door het centrum van Londen te worden gereden.

Tip 7: Bekijk Londen ook eens vanuit de lucht. Er zijn een aantal leuke uitkijkpunten, er is de Londen Eye en er is ook nog de kabelbaan over de Thames van London Emirates.  Ik vond dat ik toch één keer in mijn leven in de London Eye moest hebben gezeten, dus deden we dat.

 

Tip 8: Voorzie een ruim budget voor accommodatie of doe wat water bij de wijn wat sommige criteria betreft.  Zelfs nu het pond relatief goedkoop is blijft accommodatie in Londen duur.  Wij hielden het budgetvriendelijk door te kiezen voor een kleine kamer in een guesthouse dat wat buiten het centrum lag (maar wel dichtbij een metrostation).  Geen wonder trouwens dat logeren er niet goedkoop is als je ziet hoeveel een huis kost.  Ik kan het niet laten om eender waar ik kom eens nieuwsgierig naar de huizenprijzen te kijken.  Een huisje/appartement in Londen is dúúúr.  De huurprijzen leken me op het eerste zicht dan weer wel mee te vallen, tot ik mij realiseerde dat de prijzen per week waren en niet per maand. Slik.

Tip 9: Voor wie graag vegetarisch of vegan wil eten is de website vegan london een aanrader.  Er is onder andere een overzichtelijke kaart op terug te vinden met vegan/vegetarian/vegan-friendly adresjes, en dat zijn er zo veel dat ik spijt had dat we niet veel langer bleven.  Niet allemaal uitgetest maar de bezoekjes aan Mildreds in Camden (er is er ook één in Soho en bij King’s Cross) en Tibits (een filiaal van de Zwitserse keten) waren zeker aanraders.  Op vegan London zijn ook adressen terug te vinden van vegan-vriendelijke winkels.

 

Tip 10: Bezoek één of meerdere van de vele musea. De meeste musea in Londen zijn gratis toegankelijk en hebben zeer interessante collecties.  Wij kozen tijdens ons bezoek voor de National Gallery en voor Tate Modern, maar er zijn uiteraard nog veel andere boeiende musea.  Ik werd in de National Gallery op slag verliefd op Lake Keitele van de mij totaal onbekende Finse schilder Akseli Gallen-Kallela. Terwijl de musea gratis toegankelijk zijn is de toegang tot de bekendste kerken (St Paul’s cathedral, Westminster Abbey) dan weer duur.

Alles bij mekaar was het een zalige citytrip.  Het zal deze keer geen 25 jaar duren voor ik nog eens terugga!

 

 

 

Reisfotochallenge #6: “Er bestaat geen slecht weer, alleen onaangepaste kledij”

Twee jaar geleden gingen wij op vakantie naar Noorwegen.  Mijn eerste reis in Scandinavië en eentje waar ik al lang naar uitkeek.   Omwille van de indrukwekkende natuur maar ook wel een beetje uit nieuwsgierigheid naar de Scandinavische manier van leven.

Ik las ter voorbereiding van onze reis een boek over een Nederlands gezin dat was geëmigreerd naar Noorwegen.  Het grootste verschil met hun leven in Nederland was volgens hen dat ze veel meer buiten gingen leven – zeker de kinderen.  Opmerkelijk als je bedenkt dat de winters in Noorwegen toch wel wat langer en kouder zijn dan die in Nederland.

Volgens het boek gebruiken de Noren vaak de uitdrukking ‘Er is geen slecht weer, alleen maar onaangepaste kledij’.  Het lijkt wel een slogan van een fabrikant van outdoorkledij.

De uitdrukking bleef wat in mijn hoofd hangen, en ik werd eraan herinnerd toen ik op onze camping in Stavanger naar buiten keek. De camping grensde aan een park.  Op de grens tussen camping en park stond er een speeltuin.  Het stortregende en ik zat onder de luifel van onze tent een boek te lezen en keek af en toe naar buiten.  Toen zag ik een groep kleuters aankomen, allemaal uitgedost in hetzelfde knalgele regenpak, op weg naar de speeltuin, begeleidsters uiteraard ook in regenkledij.  Ze gingen spelen in de speeltuin, regen of geen regen.

Een kleine twee jaar later was ik opnieuw in Scandinavië, deze keer in Denemarken,  en zag ik dit.

kindjesinkopenhagen

Deze foto is gemaakt in de tuin van Louisiana, het museum voor hedendaagse en moderne kunst iets buiten Kopenhagen.  Achter een paar beeldhouwwerken en vlakbij de zee ligt er daar een helling, waar een groep kinderen aan het spelen was.  Ik veronderstel dat ze op uitstap waren naar het museum, dat ze eerder die dag iets met kunst hadden gedaan, maar nu bestond de activiteit uit langs de helling naar beneden rollen, opstaan, weer naar boven klimmen en herbeginnen.  Het was op het moment waarop ik de foto maakte droog weer maar eerder die dag had het geregend en er hing nog wel wat regen in de lucht. De kinderen hadden allemaal een regenbroek en -jas of skipak aan en amuseerden zich te pletter.

Ik kan mij vergissen maar het versterkte mijn idee dat Scandinaven over het algemeen meer natuurmensen zijn dan wij hier in België.  En dat activiteiten als klassikaal van de berg gaan rollen en de kinderopvang waar er voor iedereen een regenpak klaarligt daar wel iets mee te maken hebben.  Ik vond het in elk geval sympathiek.

Hoe zit dat bij jullie?  Binnenblijven als het ‘slecht’ weer is of een goed regenpak aan en toch naar buiten?

Overnachten langs de autoroute du soleil : Lyon en Dijon

Wij reden enkele weken geleden met de auto naar de Franse Alpen. 1000 km rijden op één dag, dat doen we al lang niet meer, en dus zochten we zowel voor de heen- als voor de terugreis een overnachtingsplek langs onze route.

Van naam ken ik de Franse steden langs de autoroute du soleil al sinds mijn kindertijd. Metz- Nancy- Dijon- Lyon: ik ben er overal al meerdere keren voorbijgereden maar ik was er nog nooit gestopt.  Tijd om daar verandering in te brengen.  Lyon is een grote stad en dus bleven we daar 2 nachten voor een korte citytrip, in Dijon sliepen we één nacht.

Lyon is – na Parijs en Marseille- de derde grootste stad van Frankrijk en ligt aan de samenvloeiing van de Rhône en de Saône.  Het historische centrum van Lyon staat sinds 1998 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.  Een gedeelte van de stad ligt op de smalle strook tussen de twee rivieren in, en wordt daarom presqu’Ile genoemd.  Verder wordt de stad overheerst door twee heuvels: Fourvière en Croix-Rousse.

Dat van die heuvels, dat hebben we gemerkt.  Wij wandelden een dagje rond in de stad, en deden daarbij behoorlijk wat trappen.  Dat zorgde voor een mooie wandeling en prachtige uitzichten, maar onze kuiten waren zoveel trappen duidelijk niet gewend.  Het resultaat: twee dagen spierpijn.

Frankrijk is een prachtig land maar ik heb er twee vooroordelen over, gebaseerd op een paar slechte ervaringen uit het verleden: dat de Fransen niet altijd de meest vriendelijke mensen ter wereld zijn en dat ik er als vegetariër vaak niet echt lekker kan eten. In Lyon werden allebei die stellingen vakkundig weerlegd: wij zijn op die twee dagen alleen maar vriendelijke mensen (Lyonais?/ Lyonezen?) tegengekomen en ik heb er heerlijk gegeten.  Lyon wordt trouwens wel eens de hoofdstad van de gastronomie genoemd.

Ik vind een bezoek aan Lyon zeker een aanrader.  Wie niet zo van trappen houdt of zijn kuiten wil sparen  kan trouwens de kabelbaan naar Fourvière nemen en de metro naar Croix-Rousse.

Op de terugweg overnachtten wij in Dijon.  We hielden het daar bij één overnachting en dus was er alleen tijd voor een fijne avondwandeling.  Ook deze stad verdient zeker een bezoek.

Dijon is de hoofdstad van Bourgogne en was de stad van de Bourgondische vorsten.  Zowel Jan Zonder Vrees als Filips de Goede en Karel De Stoute werden hier geboren.

Ons eerste, korte bezoek smaakt alvast naar meer.

Slapen in historisch erfgoed: Mont-Dauphin

Tijdens ons verblijf in de Alpen logeerden wij in le pavillon des officiers in Mont-Dauphin. Het is  een historisch gebouw dat is omgebouwd tot een complex met 16 studio’s en appartementen.  De studio die we daar boekten was op zich niet echt bijzonder, maar de locatie.. die was ronduit fantastisch!  Ik heb op voorhand getwijfeld of we niet beter zouden overnachten in het centrum van het nabijgelegen stadje Guillestre, overal dichtbij, in de vallei, maar wat ben ik blij dat we dat niet hebben gedaan.

Mont-Dauphin ademt geschiedenis uit.  Het is een citadel die vanaf 1693 werd gebouwd door bouwmeester Vauban en is één van de 16 vestingwerken van Vauban die door Unesco beschermd zijn als werelderfgoed. Vauban was koninklijk ingenieur ten tijde van Lodewijk de 14e en bouwde onder diens bewind heel wat verdedigingswerken langs de Franse grenzen.

Tegenwoordig is het fort een dorp met ongeveer 150 inwoners.  Er worden enkele keren per dag toeristische rondleidingen gegeven, maar ik vond het vooral een fantastische plek om zelf te ontdekken, in rond te wandelen, naar de bergen te kijken, naar wat er overblijft van de citadel en naar de miniatuurhuisjes en – auto’s beneden in de vallei.

De service in ons appartementencomplex was beperkt, de inrichting eenvoudig, er was geen wifi (wat voor mij afkicken betekende) maar ik heb zo genoten van Mont-Dauphin dat ik op geen andere plek in de buurt had willen overnachten.

SAM_2393

Wij zagen Mont-Dauphin in de regen, onder de stralende zon, in de ochtend en ’s avond.  Het was in alle omstandigheden prachtig mooi.  Ik vraag me alleen nog af hoe het er uit zou zien onder een laagje sneeuw..

Praktisch: Mont-Dauphin ligt in het Franse departement Hautes-Alpes, op enkele kilometers van Guillestre. Er is een gratis parking aan de rand van het dorp.  Voor wie met het openbaar vervoer wil komen: er is een treinstation in de vallei, maar dan volgt wel nog een klim van enkele kilometers.